English05-12-2002
Northern IJ Shore
De Buitendijkse Oever van Amsterdam Noord

Aanleiding
Het IJ is samen met de Amstel het belangrijkste landschappelijke element van Amsterdam. Nu de transformatie van de Zuidelijke IJ-Oevers flink op gang is richt de stad de blik naar de noordoever van het IJ.

Er wordt momenteel op verschillende schaalniveaus gewerkt aan plannen voor het gebied. De meeste plannen zijn nog in een verkennende fase. Zeker is echter dat de buitendijkse oever van Amsterdam Noord de komende jaren grote veranderingen zal ondergaan. De opzet is om het gebied stapsgewijs te transformeren van de huidige monofunctionele haven - en industriezone in een gemengde stad met woningen, bedrijven en voorzieningen.

Vraagstelling
Een belangrijke vraag bij de planvorming voor de Noordelijke IJ-Oevers is: hoe om te gaan met de rand van Noord aan het IJ? Wat zijn de kwaliteiten en mogelijkheden die de noordoever Amsterdam Noord en Amsterdam als geheel te bieden heeft? Het zou een enorme aanwinst voor de stad kunnen zijn om een mooie openbare ruimte langs het IJ te creëren, bijvoorbeeld een promenade of een parkstrook. Of moeten we juist waken voor een gouden rand langs het IJ en past een openbare route helemaal niet bij de structuur en de geschiedenis van deze buitendijkse oever?

Activiteiten
Citythoughts architects stimuleert het debat over de noordelijke IJ-Oevers door middel van verschillende activiteiten die najaar 2002 en begin 2003 ondernomen worden.

Om te beginnen lijkt het ons van belang om dit gebied dat de komende jaren zulke grote veranderingen zal ondergaan, goed te inventariseren en documenteren. Een fotorapportage van Bastiaan Gribling, Gerrit Oorthuys en Yvonne Schoenmaker documenteert het huidige beeld van de noordoever. De fotoserie -  meerendeels zwart/wit foto’s - wordt op verschillende plaatsen in de stad tentoongesteld.

Op 29 november werd op het kantoor van citythoughts architects aan de Grasweg in Amsterdam Noord een discussiebijeenkomst gehouden over de mogelijkheden van de noordoever van het IJ. Als munitie voor het debat dienden een viertal plannen die door betrokken ontwerpers werden toegelicht. Vervolgens is met de ruim 50 aanwezigen een geanimeerde discussie gevoerd die zich toespitste op de mogelijkheid van een doorgaande route langs het IJ.


Planpresentaties
1. Voorontwerp Masterplan Noordelijke IJ-Oevers

Het plan, dat het kader voor de ontwikkeling van de westzijde van de Noordelijke IJ-Oevers formuleerd, werd toegelicht door Albert Koolman (BVR Adviseurs) en Sacha Maarchal (dRO Amsterdam). Zij gaven een korte schets van de hoofdpunten van het Masterplan waarna werd ingezoomd op de visie over de oever aan het IJ.

Het Masterplan, dat in opdracht van stadsdeel Noord wordt opgesteld, geeft een raamwerk aan van wegen, openbare ruimte en water, waarbinnen de komende 30 jaar een diversiteit aan ontwikkelingen plaats kan vinden. Binnen het gebied worden twee brandpunten onderscheiden waar men een grootstedelijk milieu wil ontwikkelen: het Shellterrein en de voormalige NSM Werf.  In de overige gebieden zal geen actieve interventie plaats vinden waardoor een meer geleidelijke transformatie plaats zal vinden.

Opvallend is dat het plan niet inzet op de realisatie van een doorgaande route langs het IJ. Op bepaalde plaatsen wordt een openbare oever voorzien terwijl op andere plekken juist nadrukkelijk gekozen wordt om de oever niet openbaar toegankelijk te maken. De opstellers van het Masterplan waarschuwen tegen een gouden rand langs het IJ en willen de nadruk meer leggen op de routes dwars op het IJ en de ontwikkeling stimuleren langs de secundaire kanalen in het gebied zoals het Van Hasseltkanaal en Zijkanaal I.

2. Waterstad NSM
Cristian Rapp lichtte het Stedenbouwkundig Plan toe dat bureau Rapp & Rapp, in opdracht van stadsdeel Noord en ontwikkelingscombinatie XXL heeft opgesteld voor het westelijk deel van het NSM terrein. Het plan bestaat uit robuuste gesloten bouwblokken van maximaal 30 meter hoogte die door hun opzet geschikt zijn voor diverse functies, zoals woningen, kantoren en voorzieningen. Refererend aan Speicherstadt in de haven van Hamburg wil Rapp de bouwblokken zoveel mogelijk direct op laten rijzen uit het water.

Ook langs het IJ komen de blokken rechtstreeks met hun basement in het water te staan. Om de waterkant toch openbaar toegankelijk te maken introduceren Rapp &Rapp, eveneens naar Hamburgs voorbeeld, een colonade voor voetgangers langs het water. De colonade vormt een interessante intermediaire zone tussen gebouw en water die ook zeer geschikt is om bijvoorbeeld terrassen aan het water te maken. 

3. Ontwikkelingsplan Shellterrein
Het plan voor het Shellterrein, dat wordt opgesteld in opdracht van stadsdeel Noord en ING Vastgoed, werd toegelicht door Jaap van der Bout van het Rotterdamse bureau Palmboom en van der Bout, die in samenwerking met dRO aan het plan werken. Het ontwikkelingsplan is nog niet afgerond en volop in beweging. Uitgangspunt is een omvangrijk programma gericht op de ontwikkeling van een grootstedelijke wijk met een zeer hoge dichtheid en grote mate van functiemenging.

Net als Waterstad XXL is het plan voor het Shellterrein gebaseerd op de bouw van een serie grote gesloten bouwblokken haaks op het IJ. De blokken vormen aan het water geen rechtlijnig gesloten stadsfront. Door de rooilijn te laten verspringen ontstaat een meer informeel gezicht naar het IJ. 

Het creëren van een aantrekkelijke openbare ruimte aan het IJ is een belangrijk onderdeel van het plan. Van der Bout wil geen boulevard of kade maken maar heeft een langgerekte parkstrook aan het IJ voor ogen die idealiter helemaal doorloopt tot aan de kop van de Buiksloterham. Omdat het park aan het IJ niet ten koste mag gaan van de schaarse bouwgrond wordt de mogelijkheid onderzocht om voor de bestaande oever een losse groenstrook in het water te situeren.  

4. De Groene Oever van Amsterdam Noord
De serie presentaties werd besloten door Harkolien Meinsma die het plan voor een verbindende promenade langs het IJ toelichtte dat zij samen met Marina Roosebeek heeft opgesteld in opdracht De Groenen van stadsdeel Noord.

Meinsma en Roosebeek stellen voor om langs de gehele Noordelijke IJ-Oever een openbare route aan te leggen die voor fietsers en voetgangers de verschillende delen van Noord en Waterland verbindt met het centrum van Amsterdam. Zij pleiten ervoor om de promenade aan te leggen onafhankelijk van de eventuele ontwikkeling van de verschillende locaties aan het IJ. De promenade langs het IJ zal de ontwikkelingskansen van het gebied versterken.

In de studie wordt de hele noordoever van plek tot plek bekeken, waarbij aangegeven wordt hoe telkens de ‘sprong’ over de verschillende zijkanalen en insteekhavens kan worden gerealiseerd. Ook laten Meinsma en Roosebeek, middels diverse referentiebeelden, zien hoe de oever van het IJ op verschillende plaatsen zou kunnen worden ingericht.


Debat
Een kans voor de stad
Na de vier planpresentaties werd met de participanten gesproken over het hoofdthema: moet de stad inzetten op een openbare route langs het IJ?

Alle deelnemers waren het er in principe over eens dat de Noordoever van het IJ grote potentie heeft om een serie bijzondere openbare ruimtes te realiseren. Ook vinden de meeste deelnemers dat een route voor voetgangers en fietsers gewenst is die de verschillende plekken aan het IJ met elkaar verbindt.

Continuïteit versus afwisseling.
De discussie spitste zich toe op de vraag of het nodig is dat de Noordoever overal openbaar toegankelijk wordt gemaakt of dat het beter is om een afwisselende route te maken die soms langs het IJ loopt en soms er juist vanaf buigt. Hoewel het debat in werkelijkheid complexer en genuanceerder was, kan gesteld worden dat het gezelschap in hoofdlijnen verdeeld was in twee kampen.

De voorstanders van een doorgaande route langs het IJ benadrukken dat zich een historische kans voordoet om Amsterdam te verijken met een nieuwe openbare ruimte met grootstedelijke betekenis. De mogelijkheden van de Noordoever zijn uniek en moeten optimaal benut worden. Een continue route langs de noordoever van het IJ, met zijn lange rechte lijnen en blik op oneindig is voor voetgangers en fietsers de kortste en mooiste verbinding tussen het centrum van Amsterdam en de verschillende delen van Noord en Waterland.

De aanhangers van een meer flexibele en afwisselende aanpak vrezen teveel van hetzelfde en vinden het spannender als de route op bepaalde plaatsen wel langs het IJ voert en op andere plaatsen juist niet. Dit past in hun ogen beter bij de morfologie en de historie van het gebied. Bovendien is een meer flexibele strategie gemakkelijker en gefaseerd in de tijd te realiseren.

Inrichtingsprincipes
Vervolgens werd ingezoomd op verschillende aspecten die te maken hebben met de inrichting van de oever en de vorm van de gewenste route.

Moet de oever een groen karakter krijgen, goed voor het milieu en passend bij het groene beeld van Amsterdam Noord? Of is een harde kade passender bij het karakter van (voormalig) havengebied? En moet de openbare ruimte(s) aan het IJ persé gerealiseerd worden op de bestaande oever of is het geoorloofd om het water in te gaan?

In principe zijn de meeste deelnemers aan de discussie het erover eens dat er niet gestreefd moet worden naar een uniforme boulevard maar dat van plek tot plek uitgegaan moet worden van de specifieke kwaliteiten en mogelijkheden die de noordoever te bieden heeft.  

Slotverklaring
Een debat met ruim 50 eigenwijze deelnemers levert natuurlijk een veelheid van meningen op. Toch bestond er op hoofdlijnen ook een grote mate van éénsgezindheid. Hieronder worden de belangrijkste gemeenschappelijke conclusies en aanbevelinegn in een vijftal punten samengevat.

1. De transformatie van het gebied van de Noordelijke IJ-Oevers die de komende jaren gaat plaatsvinden biedt de kans om de bestaande privatisering van de Noordoever te doorbreken en de buitendijkse oever van Noord (of in elk geval belangrijke delen ervan) voor de bewoners van de stad toegankelijk te maken. De noordoever van het IJ heeft de kwaliteiten en mogelijkheden om een serie fantastische openbare plekken te realiseren met betekenis op de schaal van heel Amsterdam.

2. Het zou een goede zaak zijn als er voor langzaam verkeer een aantrekkelijke doorgaande route komt die de verschillende plekken langs de Noordelijke IJ-Oever met elkaar verbindt. De geplande ontwikkeling van het NSM terrein tot een nieuw stedelijk en creatief  centrum is gebaat bij een goede fietsverbinding met het centrum van Amsterdam. De route hoeft niet persé overal langs het IJ te lopen maar kan plaatselijk bij de verschillende zijkanalen en insteekhavens landinwaarts voeren.

3. Het heterogene karakter van de noordoever van het IJ  dient behouden cq versterkt te worden. Een kilometerslange gelijkvormige boulevard wordt door de meeste deelnemers niet interessant gevonden. Vorm en inrichting van de oever kunnen van plek tot plek verschillen, waardoor langs het IJ een gemêleerd kralensnoer van plekken ontstaat dat door de verbindende route samen geregen wordt.

4. Bovengenoemde route zou, op globale wijze, moeten worden opgenomen in het definitieve Masterplan Noordelijke IJ-Oevers net als de overige hoofdelementen van de openbare ruimte. Dit geldt in elk geval voor het centrale deel van Shell tot en met het NSM terrein. De precieze vorm en ligging van de route hoeft niet te worden vastgelegd. Dit is onderwerp van nadere uitwerking.  

5. Het heterogene beeld van de oever betekent niet dat de uitwerking ervan geheel kan worden overgelaten aan de diverse deelprojecten. Het wordt van belang geacht dat er een integrale visie wordt ontwikkeld, waarbij zowel de oostzijde als de westzijde van de noordoever van het IJ worden betrokken.  


Fotorapportage Documentatie
De Noordelijke oever van het IJ is een enorm, heterogeen gebied. Om de kwaliteiten en mogelijkheden van dit voor de meeste Amsterdammers onbekende gebied in beeld te brengen hebben Bastiaan Gribling, Gerrit Oorthuys en Yvonne Schoenmaker een serie foto’s gemaakt waarin de actuele situatie op systematische wijze is vastgelegd. De bedoeling is dat de fotorapportage de komende jaren wordt voortgezet om de transformatie van de noordoever in de loop van de tijd te documenteren.     

Werkwijze
Langs de meer dan 10 kilometer lange noordoever van het IJ worden 13 deelgebieden onderscheiden die ieder gekenmerkt worden door een specifieke geschiedenis, inrichting, vorm en gebruik. De fotoserie brengt de 13 gebieden, van de Noorder IJ-Plas tot en met Schellingwoude op objectieve wijze in beeld door middel van de Hasselblad Super Wide Camera. Het meerendeel van de foto’s is zwart/wit.

Deelgebieden (van west naar oost)

1   Noordelijke IJ-Plas

2   Cornelis Douwes Gebied

3   Ship Dock

4   NSM Werf

5   Kop Papaverweg

6   Buiksloterham

7   Shell Terrein

8   Noordhollands Kanaal

9   IJ-Plein

10 Hamerstraat

11 AKZO Terrein

12 Oranjewerf

13 Schellingwoude

Expositie
De fotoserie wordt achtereenvolgens in verschillende vorm en samenstelling tentoongesteld op meerdere locaties in de stad:

De eerste expositie vond plaats tijdens de presentatie van Panorama Noord in gebouw De Baanderij op 14 november 2002. De fotoserie werd hier getoond samen met de kaarten en plantekeningen van het Masterplan Noordelijke IJ-Oevers.

Van 29 november 2002 tot en met 7 januari 2003 is de tentoonstelling te zien op het kantoor van citythoughts architects, Grasweg 41 S in Amsterdam Noord. 

Van 17 januari tot en met 10 februari 2003 wordt de fotoserie tentoongesteld in de Zuiderkerk in samenhang met de tentoonstelling van studentenplannen voor Amsterdam Noord van de Academie van Bouwkunst.